Informatie voor een opstel of spreekbeurt

Klik op het onderwerp en je leert alles over de brandweer!!!
Op de hierboven vermelde pagina's wordt gebruik gemaakt van afbeeldingen die onder meer van andere websites gehaald zijn. Aangezien het niet mogelijk was overal een bronvermelding toe te passen is dit dus nergens gedaan. Personen die van mening zijn dat er van materiaal gebruik is gemaakt waar copyright op berust, kunnen contact opnemen met de webmaster
De Brandweer

Bijna elke gemeente in Nederland heeft een eigen brandweerkorps.

Er zijn 633 gemeentelijke brandweerkorpsen.

In die korpsen werken ongeveer 26.000 brandweervrijwilligers en 4.000 beroepsbrandweermensen.

Beroepsbrandweer

In grote gemeenten, zoals Amsterdam, Rotterdam en Nijmegen is vaak een beroepsbrandweer. Deze beroepsbrandweermensen hebben geen ander beroep. Hun beroep is brandweerman of brandweervrouw. Ze zijn steeds op de kazerne. Als er een brand is of een ongeluk, worden ze door een toeter of een bel gewaarschuwd. Ze trekken dan hun brandweerpak aan en rennen naar de brandweerauto.

Brandweervrijwilligers

De meeste mensen die bij de brandweer werken, zijn vrijwilligers. Dat is ook in Beuningen het geval. Dit betekent dat ze eigenlijk een ander beroep hebben. Ze doen het brandweerwerk erbij. Vrijwillige brandweermensen hebben altijd een pieper bij zich. Wanneer er brand is of iets anders, gaat de pieper af. De brandweermensen weten dan dat ze naar de brandweer moeten. Ze laten meteen hun gewone werk in de steek.

Er zijn ook brandweerkorpsen waar beroepsbrandweermensen en vrijwilligers samenwerken.

Regionale brandweer

Als er een ramp gebeurt, dan kan de brandweer van één gemeente het vaak niet alleen af. Denk bijvoorbeeld aan een hele grote brand. Of een heel groot ongeluk met veel slachtoffers. Of rivieren die overstromen. Andere korpsen van gemeenten in de buurt komen dan helpen. Dat hebben ze van tevoren afgesproken. Daarvoor hebben ze 39 regionale brandweren opgericht. Brandweer Beuningen hoort bij de Regionale Brandweer Nijmegen en Omstreken. Net zoals Druten, Groesbeek, Heumen, Millingen aan de Rijn, Mook en Middelaar, Nijmegen, Ubbergen, West Maas en Waal en Wijchen. Vanaf 1 januari 2004 is onze regionale brandweer samengevoegd met de Regionale Brandweer Rivierenland uit Tiel. Vanaf toen is de naam Regionale Brandweer Gelderland-Zuid en die bestaat uit 19 brandweerkorpsen.

Bosbrandweer

In sommige gebieden in Nederland is veel bos en veel heide. Als het een tijdje niet heeft geregend, is het gevaar voor brand hier erg groot. In deze gebieden, bijvoorbeeld de Veluwe, is een bos­brandweer.

De bosbrandweer houdt vanuit vliegtuigjes in de gaten of er brand is. Als er brand is, gaan ze met speciale wagens de brand blussen. Die wagens kunnen goed door het bos rijden. In Nijmegen en Groesbeek hebben ze zulke speciale bosbrandweerwagens.

Bedrijfsbrandweer

In grote bedrijven, fabrieken en ziekenhuizen is een speciale bedrijfsbrandweer. Zodra er een brand ontstaat, begint de bedrijfsbrandweer meteen met blussen. De gemeentelijke brandweer wordt gewaarschuwd. Als het nodig is, komt die helpen met blussen.

De mensen van een bedrijfsbrandweer kunnen de brandweermensen van de gemeentebrandweer de weg wijzen. Ze kunnen vertellen waar het extra gevaarlijk is.
Taken van de brandweer

De brandweer moet een aantal taken uitvoeren. Die taken staan in de Brandweerwet.

De brandweer moet:
  • branden voorkomen (preventie)
  • branden blussen en daarbij mensen en dieren redden (repressie)
  • mensen en dieren redden en helpen bij andere ongevallen (hulpverlening)
  • zich voorbereiden op branden en hulpverlening (preparatie)
Preventie: het voorkomen van brand.

De brandweer probeert brand te voorkomen door:
  • mensen uit te leggen hoe ze brand kunnen voorkomen
  • te controleren of gebouwen brandveilig zijn
  • te controleren bij kermissen, circusvoorstellingen en schouwburgvoorstellingen
Als de brandweer gebouwen controleert, kijkt ze of er nooduitgangen zijn. Ze kijkt ook of er geen dingen voor de nooduitgangen staan. Of er genoeg brandblusapparaten zijn en of die het ook doen. Of er noodverlichting is, die laat zien hoe je bij de uitgang komt.

Als alles in orde is, is er weinig kans op brand.

Bij kermissen, circusvoorstellingen en schouwburgvoorstellingen zijn veel mensen aanwezig.

Brandweermensen houden in de gaten of alles wel veilig is. Als er iets zou gebeuren, kunnen ze meteen helpen met blussen en de mensen naar buiten brengen.

Repressie: het blussen van brand en het redden van mensen en dieren daarbij.

Er zijn een paar belangrijke dingen die de brandweer bij een brand moet doen.
  1. Het belangrijkste is dat mensen en dieren gered worden.
  2. De brandweer moet proberen de brand zo snel mogelijk te blussen.
  3. De schade moet zo veel mogelijk beperkt worden. Schade ontstaat vooral door water en rook.
De brandweer probeert waterschade te beperken door zo weinig mogelijk water te gebruiken. Ook probeert de brandweer om de rook weg te krijgen.

De brandweer werkt bij branden meestal samen met de politie en de ambulancedienst.

De brandweer komt niet alleen bij brand. Ze komt ook als er:
  • iemand met z'n auto in het water gereden is
  • iemand een ongeluk met z'n auto heeft gehad en er niet meer uit kan komen
  • een vrachtwagen met bijvoorbeeld benzine of een andere gevaarlijke stof een ongeluk heeft gehad
  • er een vliegtuig verongelukt is
  • er een kettingbotsing is gebeurd
  • er rivieren zijn overstroomd
  • er een kelder onder water staat
  • er een koe in de sloot is gevallen
De brandweer werkt bij ongelukken meestal samen met de politie en de ambulancedienst.

Preparatie: het voorbereiden op branden of hulpverlening.

De brandweer bereidt zich voor door:
  • te oefenen
  • uit te zoeken hoe ze hun werk zo goed mogelijk kunnen doen
  • ervoor te zorgen dat kleding, brandweerwagens en gereedschap in orde zijn
Door een goede voorbereiding kan de brandweer beter en sneller werken.
Rangen bij de brandweer

Bij de brandweer heeft iedereen een rang. In totaal zijn er 15 rangen. De rang geeft aan wat de taken zijn van een brandweerman of brandweervrouw.

Brandweermensen hebben dus verschillende taken. Je kunt aan het uniform en de helm van brandweermensen zien welke rang ze hebben. Op de helm kun je aan de strepen zien met wie je te maken hebt. Bij het uniform kun je op de schouders zien welke rang iemand heeft. Hieronder zie je plaatjes van de verschillende "rangonderscheidingstekens".

We maken in de rangen onderscheid tussen manschappen, onderofficieren, officieren en hoofdofficieren.

Manschappen
Brandwacht
Brandwacht
Brandwacht 1e klasse
Brandwacht 1e klasse
Hoofdbrandwacht
Hoofdbrandwacht


Onderofficieren
Onderbrandmeester
Onderbrandmeester
Brandmeester
Brandmeester


Officieren
Adjunct-Hoofdbrandmeester
Adjunct-Hoofdbrandmeester
Adjunct-Hoofdbrandmeester 1e klasse
Adjunct-Hoofdbrandmeester 1e klasse


Hoofdofficieren
Hoofdbrandmeester
Hoofdbrandmeester
Hoofdbrandmeester 1e klasse
Hoofdbrandmeester 1e klasse
Commandeur
Commandeur
Commandeur 1e klasse
Commandeur 1e klasse
Adjunct-Hoofdcommandeur
Adjunct-Hoofdcommandeur
Adjunct-Hoofdcommandeur 1e klasse
Adjunct-Hoofdcommandeur 1e klasse
Hoofdcommandeur
Hoofdcommandeur
Hoofdcommandeur 1e klasse
Hoofdcommandeur 1e klasse
Wat is brand?

Je krijgt niet zomaar brand.

Voor brand zijn drie dingen nodig:
  1. een brandbare stof, zoals hout of papier of stof
  2. het moet heet zijn
  3. er moet zuurstof zijn. Zuurstof zit in de lucht.
Pas als al deze drie dingen er zijn, ontstaat er brand.

Om de brand te blussen haalt de brandweer één van de drie dingen die nodig zijn voor brand weg.

Vaak doen ze dat door ervoor te zorgen dat de temperatuur naar beneden gaat. Daar gebruiken ze water voor.

Ook wordt soms de brandende stof weggehaald. Bijvoorbeeld bij een schoorsteenbrand wordt het brandende roet weggehaald.

Verder kan de brandweer de brand blussen door te zorgen dat er geen zuurstof meer bij de brand kan komen. Dan gaat de brand vanzelf uit.

Als je een keer met brand te maken krijgt, moet je het volgende doen. 112 - als elke seconde telt
  1. Raak niet in paniek.
  2. Ga naar buiten. Doe ramen en deuren achter je dicht.
  3. Waarschuw de andere mensen die in de buurt zijn.
  4. Bel 1-1-2 en vraag om de brandweer.
Kleding en ademlucht

Branden blussen en helpen bij ongelukken is best gevaarlijk werk. Daarom hebben brandweer-mensen speciale kleren aan die hen beschermen. Bijvoorbeeld tegen de hitte van het vuur, of tegen scherpe voorwerpen, of tegen giftige rook.

Bij speciale kleren moet je denken aan:
  • een bluspak
  • een helm
  • laarzen
  • handschoenen
  • adembescherming
Deze speciale kleren hebben ze ook aan bij het oefenen.

Daarnaast heeft de brandweerman of -vrouw ook een net pak voor speciale gelegenheden.
Bluspak
Dit is een bluspak...
Brandweerhelm
...en dit is een moderne brandweerhelm

Als brandweermensen uitrukken, hebben ze een speciaal bluspak aan. Bij brand zorgt dit pak ervoor dat de hitte wordt tegengehouden. Binnen in een brandend huis is het heel heet. Je kunt er niet blijven als je geen speciale kleren aanhebt. In een bluspak heb je minder snel last van de hitte. Daarom is zo'n pak nodig.

Bij auto-ongelukken komt zo'n stevig pak ook van pas. Het zorgt er buiten voor dat de brandweer-mensen het niet snel koud krijgen. En dat ze beschermd worden tegen splinters en andere scherpe dingen.

De helm is belangrijk. Hij zorgt ervoor dat het hoofd van brandweermensen beschermd is als er iets zwaars op komt. In een brandend huis kan van alles naar beneden vallen. Balken van het plafond bijvoorbeeld.

Laarzen en handschoenen

Brandweermensen hebben ook speciale laarzen aan. De neuzen zijn stevig gemaakt met ijzer aan de binnenkant. Komt er iets zwaars op de laarzen, dan bezeren de brandweermensen hun tenen niet. De laarzen hebben een dikke zool. Daardoor maakt het brandweermensen niet uit of ze over puin moeten lopen. Daar voelen ze niks van.

Om hun handen te beschermen tegen hete of scherpe voorwerpen, hebben brandweermensen speciale handschoenen aan. Deze handschoenen zijn gemaakt van dik leer.

Laars Handschoenen

Ademluchtapparatuur

In een brandend huis is zo veel rook dat je niets kunt zien. Het is er pikzwart. Die rook is erg heet en giftig. Je longen kunnen er niet tegen als je die rook inademt. Je kunt er zelfs aan doodgaan. Daarom hebben brandweermensen verse lucht in een fles op hun rug. Die lucht wordt ademlucht genoemd.

Door een slang gaat de ademlucht naar een masker dat de brandweermensen op hun gezicht hebben. Het masker zorgt ervoor dat ze geen rook inademen, alleen de lucht uit de fles. Een brandweerman kan ongeveer twintig minuten doen met de lucht in de fles. Dan is de lucht op en moet de fles verwisseld worden.

Ademluchtapparatuur Ademluchtmasker

Gaspakken

Als er een ongeluk geweest is met gevaarlijke stoffen, moeten de brandweermensen zich ook heel goed beschermen. Sommige van die stoffen kunnen namelijk heel vervelende gevolgen hebben. Daarom is het belangrijk dat de brandweermensen een stevig pak aan hebben, waar die stoffen niet doorheen kunnen. Ook moeten ze helemaal in zo een pak. Dit pak noemen we een gaspak. Dit is helemaal lucht en dus ook gasdicht. Om toch te kunnen ademen moet de brandweerman in zo een pak altijd ademlucht dragen.

Gaspak

Uitgaansuniform

Als ze andere dingen moeten doen, hebben brandweermensen een net pak, het uitgaansuniform aan.

Bijvoorbeeld als ze afspraken hebben met mensen van buiten de brandweer. Of als ze controleren in een schouwburg of circustent. Of bij plechtigheden, zoals recepties.

Op de bovenarm of schouder van het uniform zit het rangonderscheidingsteken. Op de pagina "Rangen" kun je zien welke rang deze mensen hebben.

Uniform
Brandweervoer-, vaar- en vliegtuigen

De brandweer heeft verschillende soorten brandweerwagens. Hieronder zullen we er een aantal laten zien. Daarnaast worden er ook boten en vliegtuigen bij de brandweer gebruikt. Ook die komen aan bod.

De tankautospuit (TS)

De meest gebruikte is de zogenaamde tankautospuit, ook wel een TS genoemd.
Deze wordt altijd gebruikt bij brand. In deze auto zit een hele grote tank, waar minimaal 1500 liter water in zit. Dat is net zoveel als 1500 pakken melk! Dat is een heleboel. Als je elke dag een glas drinkt, duurt het meer dan 12 jaar voordat dat allemaal op is. En in sommige brandweerwagens zit zelfs nog meer water. Doordat de brandweerwagen water bij zich heeft, kan de brandweer na aankomst meteen beginnen met blussen. In de tussentijd zoeken ze dan naar een brandkraan om water uit de waterleiding te halen. Want jij doet er wel 12 jaar over om die tank met water leeg te drinken, maar de brandweer spuit de tank binnen 10 minuten leeg.
Brandweer Beuningen heeft 2 tankautospuiten.
Tankautospuit
Klik voor een vergroting


Het hulpverleningsvoertuig (HV)

Als er een ongeluk gebeurd is, rukt de brandweer met een hulpverleningsvoertuig uit. Daarvan bestaan verschillende types. Op de foto hiernaast zie je een HV-1. Daarop zit altijd een kraan. Een HV-2 is iets kleiner en daar zit geen kraan op. In een hulpverleningsvoertuig zitten verder heel veel materialen om bij een ongeluk te kunnen helpen. Het is dus eigenlijk een groot rijdend magazijn.
De nieuwe tankautospuiten hebben tegenwoordig ook allemaal gereedschap aan boord om iemand uit een auto te knippen. Dan hoeft er dus geen HV te komen. Maar bij grotere ongelukken is het materiaal uit deze wagen meer dan nodig. Bijvoorbeeld bij ongevallen met vrachtwagens.
Brandweer Beuningen heeft geen HV, maar wel allerlei gereedschap in de tankautospuiten.

Hulpverleningsvoertuig
Klik voor een vergroting


De hoogwerker (HW) en autoladder (AL)

De hoogwerker of autoladder worden gebruikt als er iets op grote hoogte gedaan moet worden. Bijvoorbeeld als de brandweer het dak op moet bij een schoorsteenbrand. Ze kunnen dan veilig naar de schoorsteen toe, zonder dat ze het dak hoeven te beklimmen. Maar een HW of AL worden ook ingezet om een gebouw van bovenaf te kunnen blussen. Dat is erg handig, omdat je van bovenaf precies kunt zien waar de brand zit en waar je dus moet blussen.
Daarnaast worden een HW of AL ook gebruikt als er mensen gered moeten worden vanaf een hoog gebouw. Maar het gebouw kan ook niet te hoog zijn, want de meeste hoogwerkers of autoladders komen maar tot een maximale hoogte van 30 meter. Maar dat is altijd nog bijna net zo hoog als de meeste kerktorens.

Hoogwerker
Hoogwerker
Klik voor een vergroting
Autoladder
Autoladder
Klik voor een vergroting
Hoogwerker in actie
Hoogwerker in actie
Klik voor een vergroting


Haakarmvoertuigen (HA) en bakken

Het is voor de brandweer onmogelijk om allemaal speciale vrachtwagens te kopen, want deze staan heel vaak alleen maar stil en als ze nodig zijn rijden ze naar het incident en staan ze weer stil. Daarom hebben ze iets slims bedacht. In plaats van allemaal aparte vrachtwagens te kopen met laadbakken en zo, kopen ze één vrachtwagen en allemaal losse containers die ze er af kunnen zetten. Dit noemen we haakarmbakken en de vrachtwagens een haakarmvoertuig.
Er zijn haakarmbakken met grote pompen er in, de zogenaamde dompelpompen. Aan deze pomp zitten hele dikke slangen en daarmee kan de brandweer het water tot wel 3 kilometer verder pompen. Dat is heel handig als er te weinig water in de buurt is. En het mooie is dat die vrachtwagen al rijdende die dikke slangen neerlegt. Dus de brandweermensen moeten die slangen niet zelf uitrollen!
Er zijn ook andere containers, zoals een met zwaar hulpverleningsmateriaal. En schuimblusbakken, watertankbakken, enzovoorts.
Je kunt dus alles in een container doen en het haakarmvoertuig brengt het ter plaatse.

Hier wordt een haakarmbak door de vrachtwagen afgezet
Hier wordt een haakarmbak door de vrachtwagen afgezet
Klik voor een vergroting
Vrachtwagen met haakarmbak
Vrachtwagen met haakarmbak
Klik voor een vergroting
Haakarmbak met dompelpomp
Haakarmbak met dompelpomp
Klik voor een vergroting
Haakarmbak met speciaal zwaar hulpverleningsgereedschap
Haakarmbak met speciaal zwaar hulpverleningsgereedschap
Klik voor een vergroting


De verbindingswagen (VC-2)

Als er een hele grote brand is, bestaat de kans dat iedereen met de mobilofoon en portofoon door elkaar heen gaat praten. En dan wordt het een rommeltje en dat is natuurlijk niet goed. Daarom komt er dan altijd een verbindingswagen. De mensen van deze VC (de centralisten) zorgen er voor dat alle communicatie op een goede manier verloopt. Daarom zitten er in deze wagen allemaal mobilofoons en portofoons en is er plaats voor drie centralisten.
De afkorting VC betekent eigenlijk Verbindings-Commandowagen. Want vroeger had de brandweer ook een VC-1 en daarin zat zowel een verbindingsdeel als een overlegruimte: het commandogedeelte. Nu is dat gescheiden. Dus als de VC-2 aanwezig is, komt heel vaak ook weer een haakarmvoertuig met de Commandohaakarmbak (COH). En die zie je op het plaatje hieronder.
In deze haakarmbak zit een tafel met stoelen, een bord om op te schrijven, een fax en verschillende telefoons.
Dus als er een heel groot incident is, zitten in deze bak de bazen van de brandweer, politie en ambulance met elkaar te overleggen over de aanpak van het incident.
En wat heel handig is: je kunt op alle muren van de bak schrijven met speciale stiften!

De verbindingswagen (VC-2)
De verbindingswagen (VC-2)
Klik voor een vergroting
Commandohaakarmbak
Commandohaakarmbak
Klik voor een vergroting


Dienstauto's (DA)

De brandweer heeft ook vaak een aantal gewone auto's. Dit noemen we dienstauto's. Bijvoorbeeld de Officier van Dienst (OVD) en de Commandant van Dienst (CVD) rijden met zo een auto naar een groot incident. Omdat zij toch ook wel snel ter plaatse willen zijn, zit op deze auto's ook een zwaailicht en sirene.
In Beuningen gebruiken we de DB780 als OVD-voertuig.

Dienstauto
Klik voor een vergroting


Schuimblusvoertuig (SB)

Sommige branden kun je niet met water blussen. Bijvoorbeeld een brandende plas benzine. Daar heeft de brandweer speciaal schuim voor. Dit maken ze door water te mengen met een schuimvormend middel (een soort afwasmiddel) en dan komt er uit de straalpijp schuim in plaats van water.
Bij grote branden, waar veel schuim bij nodig is, komt er een schuimblusvoertuig. Deze heeft zelf een boel water aan boord (6000 liter) en een aparte tank met schuimvormend middel. Met het kanon boven op kan dan een hele deken met schuim gemaakt worden.

Schuimblusvoertuig
Klik voor een vergroting


Crashtender (CT)

Bij een ongeluk met een vliegtuig op een vliegveld is het belangrijk dat de brandweer snel ter plaatse is en dat die direct kan beginnen met blussen. Daarom heeft de brandweer op de luchthavens speciale blusvoertuigen. Het voertuig wat je op het plaatje hiernaast ziet is van de Koninklijke Luchtmacht, die 23 van deze speciale auto's hebben. De brandweer van Schiphol heeft 9 van deze echte blusreuzen.
Zij hebben 12 000 liter water bij zich en ze kunnen daar ook een heleboel schuim van maken, net als een schuimblusvoertuig. Ook zit er 250 kilo bluspoeder in de auto.
En ze zijn ook erg snel. Want ook al wegen ze 40 000 kg (!), toch doen ze er maar 26 seconden over om vanuit stilstand 80 kilometer per uur te rijden.

Crashtender
Klik voor een vergroting


Bosbrandbestrijdingsmaterieel

Eigenlijk gebruiken we hier een verkeerde naam, want we moeten spreken over natuurbrandbestrijding. Het kan immers ook heide of duinbegroeiing zijn die in brand staat.
Omdat er in de natuur heel weinig brandkranen zijn, heeft de brandweer daarvoor speciale voertuigen die extra veel water bij zich hebben, minimaal 4000 liter. Maar aan de andere kant kan er natuurlijk ook niet te veel water in zitten, want dan wordt de auto te zwaar. De grootste bosbrandweerwagens hebben 10 000 liter aan boord. En dat is best veel.
De bosbrandweerwagens zijn ook speciaal gemaakt om door moeilijk terrein te rijden. Door de bossen of over de heide rijden is immers iets heel anders dan over een vlakke asfaltweg.
Soms kan de brandweer niet bij een natuurbrand komen. Sinds kort kan dan ook een helicopter van het leger opgeroepen worden. Die neemt in een grote zak in een keer 10 000 liter water mee en stort het zo op de brand. En als de zak weer leeg is wordt die in een meer opnieuw gevuld. Net zoals je een emmer vult.
En in sommige landen gebruiken ze zelfs vliegtuigen om bosbranden te blussen, zoals bijvoorbeeld in Frankrijk.

Een nieuw en oud bosbrandvoertuig naast elkaar
Een nieuw en oud bosbrandvoertuig naast elkaar
Klik voor een vergroting
De bosbrandweervoertuigen kunnen ook rijden en spuiten tegelijk!
De bosbrandweervoertuigen kunnen ook rijden en spuiten tegelijk!
Klik voor een vergroting
Bosbrandvoertuig
Bosbrandvoertuig
Klik voor een vergroting
Bosbrandvliegtuig
Bosbrandvliegtuig
Klik voor een vergroting


Blusboten

In Nederland is er heel veel water, waaronder een aantal grote rivieren, kanalen en zeehavens. Aan boord van de schepen die daar varen, kunnen natuurlijk ook ongevallen gebeuren of brand uitbreken. Met een tankautospuit kunnen we daar natuurlijk niet bij. Daarom zijn er speciale blusboten.
Op deze blusboten staan hele grote pompen en waterkanonnen, waardoor er bij brand heel veel water op de brand gespoten kan worden.
Op de rivier de Waal zijn er drie grote blusboten: de "Gelderland" in Nijmegen, de "Batouwe" in Tiel en de "Zuid-Holland" in Dordrecht.
In de grote havens zoals Rotterdam en Amsterdam zijn er ook blusboten, maar die zijn niet van de brandweer, maar van de havendienst.

De Batouwe uit Tiel
De Batouwe uit Tiel
Klik voor een vergroting
Scheepsbrand
Scheepsbrand
Klik voor een vergroting
En dit is de Zuid-Holland die in Dordrecht ligt
En dit is de Zuid-Holland die in Dordrecht ligt
Klik voor een vergroting
De Gelderland uit Nijmegen in actie
De Gelderland uit Nijmegen in actie
Klik voor een vergroting
Hoe kom je bij de brandweer?

Je kunt op twee manieren bij de brandweer komen:

- als brandwacht
- als officier

Als je brandwacht wil worden, moet je een diploma van het VBO hebben. Verder moet je 18 jaar zijn. Ook moet je goed gezond zijn. Het werk van een brandwacht is best zwaar. Denk bijvoorbeeld maar eens aan de brandslangen en het hulpverleningsgereedschap die je als brandwacht moet kunnen optillen!

Als je een VBO-diploma hebt, 18 jaar bent en gezond bent, kun je het brandweerkorps van jouw gemeente opbellen om te vragen of er brandwacht-plaatsen vrij zijn.

Kun je bij de brandweer terecht, dan krijg je eerst een keuring. Bij de keuring wordt je gezondheid gecontroleerd. Daarna krijg je een opleiding.

Je leert in de opleiding dingen zoals:
  • hoe je een brand moet blussen
  • hoe je mensen en dieren kunt redden
  • hoe je moet omgaan met ademluchtmaskers
  • hoe je het hulpverleningsgereedschap moet bedienen
  • wat je moet doen bij mensen die bewusteloos zijn
  • wat je moet doen bij mensen met brandwonden
Als je brandweerofficier wilt worden, moet je eerst HBO of universiteit gevolgd hebben. Je kunt er dus niet meteen na je middelbare school naartoe.

Ook voor een officier is een goede gezondheid heel belangrijk. Maar je moet nog meer kunnen. Je moet slim zijn. Je moet goed met anderen kunnen samenwerken. En in spannende situaties helder kunnen blijven denken.

De opleiding voor brandweerofficier wordt maar op één plaats gegeven: bij het Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding (Nibra) in Arnhem.

Bij het Nibra kun je je opgeven als je officier wilt worden. Het Nibra test alle mensen die zich opgeven. De beste mensen mogen de opleiding gaan volgen.

Als je bij de brandweer wilt werken, vraag dan eerst informatie aan.

Als je brandwacht wilt worden, kun je informatie aanvragen bij de schooldecaan of bij de brandweer.

Het adres en telefoonnummer van de brandweer kun je opzoeken in het telefoonboek.

Bij de brandweer kunnen ze je vertellen of er plaatsen vrij zijn voor brandwachten. Maar ook wanneer er een informatie-avond is.

Als je brandweerofficier wilt worden, kun je informatie aanvragen bij het Nibra in Arnhem.